Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
[ 8i 3
Rivieren. Cephisfus befproelde de N.
zijde van Athene, en
IHsfus de Z. De eerfte droomde door de lange
mnren van Athene, en ontlastte zich, na zich met
den laatften te hebben vereenigd, bij Phaleros,
in zee; zij zijn beiden van weinig beteekenis,
Eridanus^ eene beek, valt in den ilisfus»
i Rheitoi^ eene kleine rivier, bij Eleufis.
^ Gebergten. Parnes en Brilesfos, op
3) de grenzen van Boeotië.
Pentelicus ^ tusfchen Marathon en Athene,
had het fchoonfte wit marmer.
Pcecilos^ bij Eleufis.
Corydalos^ tegenover Salamis.
Hymettus ten Z. van Athene, met voor-
treffelijken honig.
Steden en Plaatfen.
Athenae (bij de tegenwoordige Grieken Allieni «
jen bij de Turken Setines) was, in den tijd van
ij Griekenlands bloei, het middelpunt der befchaving
(en het verblijf der wetenfchappen en kunften ; en
(nog lang, nadat Griekenland reeds onder de lieor-*
Ifchappij van Rome gebragt was, bleef deze flad>
jin dit opzigt, de meesteres der wereld , die binnen
ibare muren menfchen van alle landaarten zag
q samenkomen, zoowel om dc lesfen vau NviJsheid,
ijgelecrdheid en befchaving te hooren, als ook om die
j'tc geven. Vijftien eeuwen v. J. C. flichlte ce c n o p s,
fjdio aan het hoofd eener volkplanting van uitge'
wekenen van SaYs y uit het toen reeds befchaafde
Egypte, kwam; den burg Cecropla^ op eene rots,
en allengs werd, door aanbouw in de nabij-
heid, uit dezen eerften aanleg, eene aanzienlijke
ftad. De ftad zelve lag landwaarts in, maar Jiet
kleine Z. VV. gelegene fchiereiland, IVÏan)chia, in
Ide Saronifche golf, -was door twee lan^e muren,
van