Boekgegevens
Titel: Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Auteur: Knight, John; Asmus, J.P.
Uitgave: Amsterdam: J.M. Kleman en zoon, 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-624
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de wereldzeeën
Trefwoord: Zeekaarten, Stuurlieden, Noordzee, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
86 DE STROOMEN IN DE PENTLAND-FRITH EN ORKNEIJ EILANDEN.
leggende van en bij St. John's-head , genaamd de Man van Maij, van wien na de Waes,
of Walls, bij half Ebbe over dezelve een fterke ftroom valt, en vereenigd door nog een
andere, komende van 't noordeind van Stroma: deze beide vereenigde, worden nog ver-
meerdert door noch twee andere van Cambac-head op Zuid-Waas; en ais deze allen ver-
eenigd zijn bij Springtij en westelijke winden , dan is het fchier onmogelijk om door de-
zelve te komen, hebbende hunne richting na het N. W.
Pentland-Ir it h. De beste doorvaard door Pentland-Frith, met een Tegenvloed, is
tusfchen Duncansbij-head en aan de zuidkant van het Eiland Stroma , of anders tusfchen
Pentland-Skerries en de noordzijde van dat Eiland. Van Duncansbij-head legt de groote
Skerrij O. 4 N., 4 Engelfche Mijlen; het noordeind van Stroma N. ten W. § W., 4 En-
gelfche Mijlen, en het zuideind van Swona N. ten O. i O. , 5 Engelfche Mijlen. Van
het zuideind van Swona legt het noordeind van Stroma Z. W. ten W. é W., 24 Engel*
fche Mijlen, en de Skerries Z. Z. O-» gi Engelfche Mijlen. De koers in het inkomen
van dc Frith en een genoegzame ruimte in de afftand gevende, tusfchen Stroma en Swona,
is alsdan N. N. W. § W. , 5 Engelfche Mijlen, en dan wijders tot het westeinde van de
Frith , tusfchcn Dinnet-head en de Kust van Caith-ness, Thur-ness cn Hoij-Eiland is
N. W. ten W. è W., omtrent 8 Engelfche Mijlen.
Bij doode Tijen is de ftroom zeer zacht In de Pentland-Frith, (minder als 3 Engelfche
Mijlen in een uur), zoo dat het geen Schip uit zijn directe ftreek kan brengen , de Sprin-
lijen, die fterker loopen, en de ftroom nagenoeg de fnelheid heeft van 9 Engelfche Mij-
len in een uur, moet wel in acht genomen worden, dat de Ebbeftroom om de noord,
en dc Vloedftroom om de zuid zet. Westwaard gaande bij Ebbeftroom , houd dan nader
aan Duncansbij en Stroma als na de Skerries en Swona toe; en oostwaard zeilende met
de Vlóed , neemt dan Swona nader als Stroma, ten zij met een Ichraale wind uit den
Zuiden in dat geval , houd dan digt onder Stroma langs, ten einde de hoogte te houden
om boven de Pentland Skerries te blijven.
De ftroom loopt drie uren langer in 't midden van de Frith als aan de kanten; de Sche-
pen door dezelve gaande , zullen op dit verfchil acht moeten nemen , om , als de Frith
inkomende uit den Zuiden en de Vloedftroom tegen hebbende, alsdan tusfchen de wal van
Caithness en het Eiland Stroma te loopen, en daar door gaande als dan acht te geven,
en te vermijden een kleine Klip , leggende een groote kabellengte Z. Z. W. van het
Z. W. eind van het Eiland Stroma , die bij half Ebbe te voorfchijn komt, als ook een
vlakte dat N. N. O. een kwart Engelfche Mijl van St. johns-head in Caith-ness affteekt;
zoo de ftroom tegen mogte zijn, zoo kan men in Gill'sbaai ten anker komen, beoosten
van St. John's-head, op een fchoone grond en uit de ftroomloop.
De ftroom inkomende, een kwart van een Engelfche Mijl in 't midden van Stroma en
Swona zi-inde, verdeelt zich in twee takken, die , na de noord- en zuideinde van dezelve
voorbij gelopen te zijn, nog een lange wijl doorloopen eer dezelve zich weder vereeni-
gen ; daarom Schepen , die niet door de Frith gaan eer zij de ftroom tegen mogte beko-
men, kunnen onder weg door die Neeren worden tegengehouden, of wel bij een Vloed-
ftroom daar in ten anker gaan aan de oostzijde van Stroma of Swona. Omtrent een halve
Engelfche Mijl, in de midden van Stroma is een goede ankerplaats in 15 vadem, alwaar
de grond uit zand, met fchulpen vermengt, beftaat. Dc Neeren ftrekken zich ten Oosten
wel een Engelfche Mijl van het Eiland uit, alwaar de twee verdeelde Stroomen zich we-
der vereenigen. Etn kabel'cngte van Noordshaven, aan de oostzijde van Swona, kan
men ten anker komen, in 15 tot 20 vadem in een Neer, die zich ij Engelfche Mijl aan
de oostzijde uitftrekt; de giOnd is effen maar fteenig : aldaar word het dieper naar het
Oosten; de Noordhaven is een kleine Haven, bij de noorderiijkfte huizen aan de oostzijde,
van het Eiland.
Ook