Boekgegevens
Titel: Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Auteur: Knight, John; Asmus, J.P.
Uitgave: Amsterdam: J.M. Kleman en zoon, 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-624
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de wereldzeeën
Trefwoord: Zeekaarten, Stuurlieden, Noordzee, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
VAN BLAKENEIJ TOT LIJNN-DIEP.
De Vloedftroom loopt hier hngs de wal, oostwaards, en de Eobe het tegendeel.
Ten Wetten van Blakcneij, tusfchen die en Wells, een zandrug van een Myl breedte,
komt van de wal uitwaards, waarom de Schepen het Land niet nader moeten komen als
op s vadem.
De Haven van Wells legt ■4§ Engelfche Mijlen westlijker als die van Claij ofBlakeneij
en is regulier betont.
De Haven van Blakeneij is de beste langs deze Kust; het inkomen is de wijzing vsn
de Cromer, N. \V. 4 W. afftand, 4 Engelfche Zeemijlen, en van het vlottende Vuur van
Dudgeon Z. ten W., 6 Engelfche Zeemijlen: de K.erk kan bij heldere dag van het flotten-
de ligt gezien worden.
Het Klanaal naar de Haven is een derde van een Engelfche Mijl wijdt en is aan de west-
zijde door Tonnen afgebakent; de Banken aan wederzijden zijn met laag water boven cn
leggen droog, en aan Stuurboordzijde zijn 5 zwarte Tonnen, als ook een Baaken, welke
wel een Mijl inwaards; en 4 Engelfche Mijl O. Z. O. van 't Baaken; in het midden van
't Kanaal legt een wiite Ton; beoosten van deze Ton word het droog en vlak water ,
alhoewel dat boven deze Ton een goede ankerplaats is. Het geeft het diepfte water, ais
het hard uit den Noorden waait; als de wind wesdijk is houd dan de westwal, alzoo het
Tij en Siroom fterk om de Oost zet tot binnen de derde Ton; het is een goede en veilige
Haven voor Schepen van 500 Ton. Bij ftorm digt aan de Kust zijnde en de Chaloupen of
Booten niet uit kunnende komen, alsdan word er een Vlag van de Kerk geheezjin, tat
een zein dat de Schepen de Haven kunnen inloopen.
De Tijen vloeijen met Volle en Nieuwe Maan tot 6 uren; doch de uitloopende Stroom
loopt zuidwaards 3 uren langer, waar na bijzonderlijk moet gewagt worden bevoorensmen
na binnen kan zeilen.
Als een Schip mogt bezet zijn door een harde Noorden of N. O. wind, mag dezelve
er maar gerust op inloopen , houdende de ICerk in 't Zuiden tot op 2 Engelfche Mijlen
aan de wal, brengt dan de Kerk Z. O. ten Z., zullende alsdan op de eerste Ton aanko-
men, welke een zwarte is, laat dezelve een fcheepswijdte aan Stuurboordzijde; als het efirf
fchraale wind uit den W. N. W. mogte zijn en met de Vloed, alsdan moogt gij b^en
dezelve henen knijpen, van de eerste, tweede, tot de derde, dat alle zwarte Tonnen
zijn ^ de koers is Z. W. of Z. VV. ten W. , met de Vioed laat gij dezelve allen aan
Stuurboordzijde.
Na een touwlengte boven de derde Ton gekomen zijnde, laat dan uw anker digt bij
*t Baaken vallen en vertuid dan zuidwaards op.
De Baar, bij Springtij, is nagenoeg droog bij laag water, echter bij harde noordewind
rijst het water loodregt 4 vadem. Men moet zorgvuldig zijn om bij W. N. W. winden te
letten, om bij ingaande Vloed op te knijpen, alzoo de Stroom u fterk na lij waards zet;
öaar zijn twee witte Moolens , een Engelfche Mijl ten N. W. van Blakeneij, het welk
zeer goede merken zijn om er op in te zeilen, als moetende gehouden worden in een
met een aarde Bank ofStrook, welke in de Kaart befchreven ftaat, in de wijzing nagenoeg Z.Z.W.
Daar is een zandige heuvel, een halve Engelfche Mijl zuidwaards van de mond van de
Haven, die men op een afftand van 3 Engelfche Zeemijlen zien kan, houdende de Kerk
een halve kabellengte ten N. W. daar van vrij, alsdan loopt gij op de eerste Ton aan.
De Schepen kunnen uitzeilen met een O. Z. O. wind ; daar is 14 voet water aan de
Baar bij doode Tijen.
Om in Wells Rheede ten anker te komen t brengt de Kerk van Wells Z. O. ten O. i O.
en de Kerk van Holkham Z. W. ten Z. en de noordzijde van Scaldheads, of (Schurfdkop-
pen,) zijnde een Streek van Zandheuvels aan 't Land W. ten N., alsdan zijnde li Engel-
fche Mijl van LantJ, in drie vadems bij laag water.
D^