Boekgegevens
Titel: Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Auteur: Knight, John; Asmus, J.P.
Uitgave: Amsterdam: J.M. Kleman en zoon, 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-624
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de wereldzeeën
Trefwoord: Zeekaarten, Stuurlieden, Noordzee, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
14 DE LOOP DER TIJEN EN STROOMEN.
In de Baaijen, buiten de Stroomlijn, alwaar geen groote Rivier of Inham is, zoo als
de Baai tusfchen Slain Castie en Aberdeen, en de Baai tusfchen Johns haven en Mon-
trofe, loopt de Stroom zeer flaauwelijk ; gevolgelijk uit bovenftaande reden vinden wij, dat
de Stroomen vroeger kenteren in evenredigheid. Maar in de Baaijen van grooter Inhammen ,
zoo als in de twee Kanaalen en St. Andrews-baai, alwaar de Stroom recht en na be-
neden loopt, als moetende meerder ledige ruimte vullen: en waar de monden naauwer zijn,
of ondieper, zoo als in Sr. Andrews-baai, zal ook de Stroom heviger zijn ; alhoewel op
die plaatzen de Stroom alleen dient om de ledige plaatzen aan te vullen van de Inham-
men , en aldaar word weinig verfchil gevonden, in de verandering der Stroom en ook
aan de wal.
Eindelijk, alwaar de hier vooren aangehaalde Stroomen in aanmerking komen, zoo als
in de monden der twee Kanaalen , (en bijzonder het Kanaal van Edenburg en die van
St. Andrews-baai , wegens de ondiepte,) zoo bevinden wij dat de Stroom, behalven haren
loop langs de wal, gelijk aan de Vloed in de Kanaalen, dat het laatfle gedeelte van de
Ebbe en de Voorvloed, (zijnde dat gedeelte van het Tij op de ruimte,) beantwoord aan
de Vloed landwaards in; en dat de Ebbe uit he: Kanaal ontmoetende het laatste van de
Vloed, en het begin van de Ebbe dezelve van de wal afzet, het effect van de Vloed en
Ebbelltoom vermindert, na mate van de afiland van Land.
Mr. Mackenzie's waarnemingen van den invloed der Maan op de Tijen in Orkneij, kan
mede op de Tijen bij Oost-Schotland worden toegepast, alleen dat de rijzing en daling
aldaar meerder is als in de Orkneijs, en geregelder in haren loop en tijd. In Springtij is
de gemeene rijzing dertien a veertien voeten, en bij doode Tijen van agt tot negen voet;
de Stroom bij Buchaness is de fnelfle op de Kust, echter niet fnelder als vier knoopen bij
Springtij en twee en een half bij doode Tijen ; zoo dat in alle gemaakte waarnemingen re-
den zijn om te ftellen , dat bij doode Tijen de Stroom zoo lang niet loopt, en dat het
fpoediger hoog water is na de maanstijd als bij Springtijen.
Bij Volle en Nieuwe Maan loopt de Vloed in 't kanaal van Pentland tot half twaalf
uren, en het is hoog water aan de wal bij Caithness tot omtrent Duncansbij om half ne-
gen uren-, bij Fair Isle valt de Vloed een en een half uur vroeger dan in »t Kanaal van Pent-
land, en welke zich vereenigende met de Pentlanddroom bij Skerrics , alsdan gezamentlijjc
flaauwelijk Z. Z. O. na Buchaness toezettende, alwaar zes Engelfche Mijlen van Lard,
de Vloed of Stroom blijft doorlopen tot twee uren, en op twaalf Engelfche Miilen tot drie
uren ; en als dan zuidelijk de loop houdende langs de Visfchers Banken tot aan de Sra-
pies , de Stroom altoos eindigende om drie uren na hoog water aan de bijzijude wal of
Kust-, op de afiland van drie Engelfche Mijlen van Stapels loopt de Stroom tot vier uren
en op de afiland van drie Engelfche Zeemijlen loopt de Vloed tot vijf uren, deszelfs loop
vervolgende op dezelfde wijze langs de Kust van Engeland, en op de afiland van de wal
vau vijf of zes Engelfche Zeemijlen, de Vloed aitoos drie uren langer doorloopt, nadat
dezelve reeds veranderd is aan de nevenszijnde wal.
Zoo a's reeds hier voren is aangehaald, dat de Vloed aan de wal bij Duncansbij, begint
om half negen uren bij Volle en Nieuwe Maan, en in Sinclairs Baai om negen uren, en
later wordende, naar mate verder voortgaande in 't Kanaal van Murraij tot aan Cromartij,
alwaar een kwartier over elf uren eerst hoog water is, en aan het Fort George om twaalf
uren, en de Stroom buiten loopt een half uur langer, eer dat dezelve aan de wal veran-
dert; maar aan de wal bij Caithness, in de mond van het Kanaal en op een groter afftand
van Land, is het verfchil groter.
Aan de zuidzijde van het Kanaal van Murraij bij Cowfijboek, en de geheele weg naar
boven, ziet men dat het Tij vloeit langs de wal, en de Stroom of Vloed in de opening
ter zei ver tijd loopt jn een tegengeftelde richting aan de Noord wal.
In