Boekgegevens
Titel: Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Auteur: Knight, John; Asmus, J.P.
Uitgave: Amsterdam: J.M. Kleman en zoon, 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-624
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de wereldzeeën
Trefwoord: Zeekaarten, Stuurlieden, Noordzee, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
21 DE LOOP DER TIJEN EN STROOMEN.
Aan Land, bij Swona,vloeit het tot half tien uren aan de oostzijde,en aan de westzijde
tot tien uren, bij Volle en Nieuwe Maan-, en in het midden van het Kanaal van Pentland
is het ftil water, met Nieuwe Maan, om half twaalf uren, hoewel de ftroom niet ken-
terd voor twaalf uren. Aan land, bij Duncansbij, aan de zuidzijde van 't Kanaal van Pent-
land, is het, met Volle en Nieuwe Maan, hoog water, een kwartier over agt uren.
De Vloed, in'tKanaal van Pentland,komt uit den N. W. en word, aan land, aan weder-
zijden, drie uren vroeger ontdekt als in het midden, in haren loop al afwijkende van de
wal, in kracht toenemende, na genoeg een kwart van een Engelfche Mijl van de wal,
van ieder Eiland op de midden zich verdeelende in haar loop, in twee takken, waar van
de eene zich noordwaards en de andere zuidwaards zijn richting nemende, naar de hoeken
van de Eilanden, en alsdan daar om heen trekkende, de regte loop hervatten , en op de
afftand van een Engelfche Mijl aan de andere zijde vereenigen , en naar het Oosten de
loop vervolgen, en in die fcheiding en tegenftroom, te weeg brengen, westwaards aan-
lopende tegen de wal, met een flaauwe ftroomloop. Zulk een Tegentij of Neer word ook
aan de oostzijde van SA'ona, op de afftand van een en een halve Engelfche Mijl, als ook
aan de oostzijde van Stroma, op de afftand van een Engelfche Mijl, en nog aan de oost-
zijde van Pentland Skerries, welker loop niet is als de twee anderen, maar een tegen-
geftdde loop als die der Eilanden, tot dat de ftroom zich in de open zee ontlast. Deze
Neeren of Wantijen veranderen hun loop trapswijze van het Oosten naar het Zuiden, na
mate de loop der Vloed in fnelheid toeneemt •, zoo dat de Vloed, in het begin bij
Swona zijn richting neemt , tusfchen Zuid-Ronalsha en Pentland Skerries en de agter-
vloed neemt zijn loop na Duncansbij-head. Met de Ebbe heeft men mede deze Neeren of
Wantijen, welke aan de westzijde der Eilanden mede hunnen loop. trapswijze,veranderende
van het Westen naar het Noorden: alleen de Neer van Pentland Skerries is klein, alzoo
maar een groot kwart Engelfche Mijl van de grootfte Skerries afwijkende, de overige zijn
groter, en principaal bij vallend water. Met de Vloed heeft men Draaikolken opgemerkt,
aan het zuideinde van Swona, echter niet zoo groot dat die gevaarlijk voor een Schip
fcouden zijn, en ook diergelijken aan het noordeinde van Stroma en Swona met de Ebbe.
Westwaards van het noordeinde van Stroma heeft men doorgaatis, met de Ebbe, een
hooge Deining en Branding met het ftilfte weer, bijzonder bij Springtij, en word ge-
naamd: de S^velkij van Stroma y die zorgvuldig gefchuwd moet worden, The Man of
May, is mede een ruwe Branding en Stortende Zee, die gevonden woid westwaards van
het zuideinde van Stroma, bij Vloedtij.
Van Dui-,cansbij head , als de Vloed twee uren gelopen heeft, valt er een fierke ftroofc
van ftroom op Stroma aan, genaamd; the Bour of Duncansl,ij, die bij een oostelijke
wind cn Springtij vervaarlijk brand en kabbelt, en veroorzaakt word door een reeks klip.
pen, die agt vadem, ondsr de oppervlakte van de zee, in die rigting leggen; deze is ge-
vaarlyk voor Booten die het Kanaal over willen; echter niet zoo gevaarlijk als de twee
voorgenoemden: — de fterkfte loop der ftroom bij Springtij is negen Engelfche Mijlen
in een uur. In 't Kanaal van Pentlai'.d en bij doode Tijen is derzelver loop geen drie mij-
len in het uur.
De voorgaande beschrijvïng is van Mr. Murdoch Makenzie; aan wien wij ook lts
danken hebben de volgende waarnemingen van de Tijloop in dc Eilanden van Orkneij.
Volgens eenige waarnemingen in het lopen der Tijen in de Orkneij, zoo hebbe ik reden
om te denken, dat het water vroeger rijst en daalt aan de wal, of bij de zigtbare rotzen,
dan cp een afftand van dezelve.
Als het Springtij reeds in beweging is, ftaat het water nog wel een half uur beweging-
kos, en, bij doode Tijen, wel een cn een half uur.
B De