Boekgegevens
Titel: Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Auteur: Knight, John; Asmus, J.P.
Uitgave: Amsterdam: J.M. Kleman en zoon, 1817
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-624
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206094
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de wereldzeeën
Trefwoord: Zeekaarten, Stuurlieden, Noordzee, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegaten: geschreeven ten geleide voor de nieuwe kaart van de Noordzee, van Londen tot de eilanden van Hitland en van Calais tot Schaagen en Christiania: tezamengesteld uit de echte opnemingen en navorschingen van den admiraal Knight, & c. 1817, waarin nog gevoegd zijn: verbeterde aanwijzingen wegens de vuuren van de Duitsche, als mede ook die der Noordsche kusten en de havens van Noorwegen: overgenomen uit de beste schrijvers en opnemingen in de laatste tijden, gedaan en publiek gemaakt ten nutte der zeevarenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
534 ^'an het heiligeland naar de elve.
aän komen te wijzen, (de roode Ton legt verder uit,) en op een groote afßand; in
llormacbtig weder, kan dezelve uiet gezien worden, alè wel van nabij, en in de nagt in
't geheel niet; — nog meerder, daar deze Ton in hei winterraifoen word opgenomen, ter
voorkoming van derzelver vernieling of wegvoering door het ijs, en een houten boelj,
noch minder zichtbaar, in de plaats gelegt; de diepte en de hoedanigheid van de grond,
de Stroom en de Brandings langs de zoomen van de droogiens, zijn alle in flaat om ter
misleiding te ftrekken, als kunnende daar op aangaande, zoo wel in het diep benoorden
het vogelzand, of zuidelijker in de Wesiertil, als in het waare vaarwater van de Elve,
inloopen; het is uit dien hoofde dat hooge Torens en Bakens, voor deze opgericht gewor-
den zijn, aan het nieuwe werk, en in later lijd goedgekeurd, w^aar door het inkomen van
de Elve kenbaar is geworden, bij nacht en bij dag, als het weder wil toelaten, om met
een goed gezicht de voorwerpen op een afftand te onderfctiriden.
De merken om het inkomen van de Elve te vinden bij dag, zijn het Baken van Schar-
hoorn , in een lijn met de groote Toren of Vuurtoren, in de ftreek van Z. O. ten Z.,
brengt u tot de roode Ton, die ten naasten bij legt N. W. ten N van het Baken van
Scharhoorn; de kleine Toren, die tegelijk een Vuurtoren en Noorder Baken is, zal d«4
ter linker van de grooie Toren (*) verlchijnen. Als men nu uit Zee bemerkt de tweede
Toren ot Vuurtoren tusfchen de twee Bakens dan zijt gij recht voor bet inkomen van de
, Live; nogtans gebeurt het dikwijls dat deze gebouwen niet tijdelijk genoeg door het ge-
' zicht ontdekt worden, door de verre afftand, dan is het beste zeemerk of zein voor het
! ÏBkomcn van de Elve, het vaartuig of Lootsgaljoot , die volgens het jongfte befluit, geno-
I men door de Achtbaare Deputarie van de Stad en Haven van Hamburg, cn de Zecvaard
i op dc Elve, zich moet ftationeeren aan het inkomen van deze Rivier , een Engelfche Mijl
benoorden de roode Ton , in 11 vadem water, en aldaar vertuid met ijzere ketens, met
last om hunne ftandplaats niet te verlaten, voor welk ftormweder het ook wezen moge, als alleen
met uitzondering in het winterfaifoen voor den ijsgang. Deze vaartuigen verlaten gemeen-
lijk hunne ftandplaats in de maanden Januarij en Februarij, ten zij door den ijsgang vroc-
' ger hun ftandplaats moeten verlaten, en later weder te hernemen; als ook kan het te-
gendeel gebeuren, dat zij zonder verhindering hunne ftandplaatzen het geheel winterfaifoen
behouden, doch dit is zeldzaam , met op 3 Engelfche Zeemijlen zeewaards van het nieuw
werk le zijn; huiten het inkomen van de Elve kunnen de aankomende Schepen dezelve
zeer bcfcheideniijk zien, en kennen aan hunne twee masten die zij hebben, waar op twee
grooie breede roode vleugcis waaijen en een roode Vlag, v/aar in een Anker en Hambur-
ger Wapen, en bij nagt heeft hij een Lantaarnvuur, 20 voeten boven 't dek; in mistig of
. deinzig weder, en gemeenlijk geen wind waaijende, dan word ieder kwartier van een
j uur bij hun aan boord een klok geluid of geklept, gedurende ccn minuut, of zoo inko-
' mende Schepen reeds zichtbaar zijn, en bij regen of fneeuwjacht onzigtbaar worden, dan
doet het Lootsgaljoot van tijd tot tijd een kanonfchot. Éen tweede Lootsgaljoot heeft
' haar ftandplaats bij de Vleugelton, digt bij Nieuwwerk, omtrent 3 Engelfche Zeemijlen bo-
I ven de eeistt (t>
Am'
\ _________
r*) Daar zijn , belialven deze twee Tonnen en twee Bakens, nog andere gebouwen aan liet ISieuwe
' Werk , als : dc kleine Huizen , de westelijke Huizen , de middelfte de oostelijke Huizen, ten
Schuur, digt aan de groote Toren, en alle ingelloten door een üijk , cn twee hoogtcns aan de-
zelve, cn cindclijt het oostelijke Baken aan de ftrand, die alle nuttige merken voor de Zecvaard
zijn; als alleen dc reeds gemelde twee Torens en twee Bakens kunnen verre genoeg uit Zee gezieu
worden, om als aanwijzende merken befchouwd te worden.
I Ct) l^ti goE'' weder komt het tweede Lootsgaljoot zomtyds verder na beneden aan de mond van
I dc Klve , of cnurcnt by de roode Ton , in zulk een geval, dat beide Vaartuigen bij een zyn; zoo
! is het die de Vlag op heeft, die de Lootzen zal afgevca aan dc inkomende Schepen,