Boekgegevens
Titel: Verzameling van opstellen met fouten, tegen de taal, spelling, woordvoeging, enz.
Auteur: Andriessen, J.
Uitgave: 's Gravenhage: W.K. Mandemaker, 1821
Ter drukkerije van de gebr. Giunta d'Albani
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1028
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206092
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van opstellen met fouten, tegen de taal, spelling, woordvoeging, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 49 )
uit to ko-nen; doch hoe meer ik worfielde, hoe meer
den flroom mijn wegfleepte, want gij weet dat ik nooft
leerden zwemmen. — Ik riep nogmaals om hulp , doch
niemand verfchijnde. — Intusfchen beginde ik te zinkö
en bereide mij reeds tot de dood, toen tenen armen man
uit al zijn magt naar mij toe snelden. Dezen hoede een
kudde fchapen , die toén daaromtrent weiden-, hij hoorde
mijn tweede geroep, verlaatte daarop zijn fchapen en vlieg-
de met zijn ftaf naar den kant, van Waar hij het gè-
fchreeuw gehoord hadt. Toen hij bij mij kwam, trachte
hij mij den ftaf toe te reiken; doch dezen was te
k-ort. — Hierop werpte hij dezelve neder cn fprongt
zonder bedenken in de flroóm. Hij zwemde naar mfj
toe, vatten mij bij de kleederen en trok mij voort.—
Zoo zwemde bij met mij, die meer dood dan levend was,
naar de oever, haalden mij uit het water en lag mij op
de kant neder,
- 17.
Hii wrijfde mij zoo lang, tot ik weder teekenen
van leven vertoonde en geleide mijn toen naar den
naasten herberg daar ontkleede hij mij bijna geheel en
lag mij voor een warm vuur, wtiarop hij mij heen cn
weder rolden -, eindelijk hadt hij het genoegen , dat zijn
daad beloond wierde door mijne volkomene herleving,
waarna ik hem mijn hartelijke dank betuigde en hem
een rijke belooning aanboodt, wanneer hij mij naar
huis verzeilen wilde. — Ik fprak hem dus aan: „ mijn
„ vriend; gij hebt eene zeer edele daad verrigt; gij
D „ ken-