Boekgegevens
Titel: Gemakkelijke voorstellen uit de algebra of stelkunst: ten dienste der scholen en bij bijzondere lessen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Groningen: J. Kuijpers Hz., 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. P.B. 171 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206070
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Redactierekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gemakkelijke voorstellen uit de algebra of stelkunst: ten dienste der scholen en bij bijzondere lessen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 67 >
dat, wanneer Heni-rik mij a ftV. vaR
aijn geld gaf, dan zouden wij beiden
even veel hebben, maar gaf ik hem 2 ftv.
Van mijn geld, zoo had Hendrik 3
maal zoo veel als ik. Nu weet ik im-
mers nog niet, hoe Veelgeld zij verdiend
'hebben. Dat is regt, zeide zijn broeder,
gij behoeft het maar flechts uicterekenen.
Dit deed hij met behulp van zijnen broe-
der. Hoe was het antwoord?
207.) Hoe veel roven garen kan ie-
der van de twee meiden, de groote en
de kleine meid, wekelijks ipinnen? Re-
ken het uit. Legt de groote meid 3 ro-
ven van de hare bij de roven, welke de
kleine meid fpint, zoo is iedere fora even
groot. Maar worden 3 roven van de hoe-
veelheid roven, die de kleine meid fpint,
bij de hoeveelheid, welke de groote meid
fpint, zoo is de laatfte hoop drie maal
zoo groot als de eerfte.
208,_) Hoe veel gl. heeft A en hoe
veel B? Worden van de fgm, die B
heeft,
I
i