Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST*
3?
van personen aanduiden, als: hertogdomt christen^
dom, pausdom, priesterdom enz.
S- 141. Deze zijn de ztktrste en algemeenste
regelen ten aanzien van dc onderscheidene geslach-
ten der zelfstandige naamwoorden. Doch, eer wij
tot de behandeling van aniJere onderwerpen over-
gaan, raoeteii wij nog eenige oogenblikken onz«
aandacht vestigen op sommige zegswijzen, waarin
eene schiinbare verwaarloozing van het geslacht
plaats heeft, daar het lidwoord de voor onzijdige
naamwoorden, en voor de verbogene naamvallen
van mannelijke naamwoorden komt, als: het volk
kwam op de heen, een leger in de wapen brengen^
iemand onder dc voet werpen, dc visch koken,
142 In den eersten opslag schijnen deze ge-
zegden met de taalregels te strijdw-n, en zijn ook
door sommigen als zoodanig berispt, meenende,
dat men op de bcenen komen, in het wapen brengen,
onder den voet ^verpcn, den visch koken, moet zeg-
gen en schrijven; doch te onregt, daar in al deze
spreekwijzen welke blijkbaar eenen verzamelenden
zin hebben, eene verkorting van het meervoud
plaats vindt; zoo dat op de been, in de wapen,
onder de voet, de visch, gezegd wordt, vóór op
de beenen, in de vioptMn, onder de voeten, dc
visschen ;t). S- 143«
(•) Van de mannelijke woorden, in dtm eindlicnde, Is §. Iis
gc'!p:oken.
Zie L. V. BOLHUIS, bl. 7I, 72; A. KLOIT, votrrede vtor
ie gesUchUjst, bl. loi. cn rerr., en dt »atHetitningtn op*«
woord ben.
E 4