Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
70 nederduitsche
gelijk naamwoord, maar van een oorspronkelijk
zelfstandig naamwoord afgeleid worden als : het
gebergte van berg, gebloemte van bloem, gestoelte
van stoel, gevogelte van vogel, gebeente van been,
gedierte van dier enz.
lyj. Tot het onzijdige geslacht behooren
insgelijks de verkleinwoorden, welke je, tje,ken,
kijn of lijn hebben, als: schaapje, lammetje, jonks'
ken, vindekijn., maagdelijn enz., waarvan de uit-
gang/tf, of tje , thans meest in gebruik is.
138. Zoo ook de woorden, welke op sel
eindigen , en, van werkwoorden afgeleid , eene
■voortgebragte zaak, of een vverktuig aanduiden,
als: het schepsel, baksel, deksel, treksel, bi?idsel
enz.
§■ 139' Wijders de woorden, in JcAa/) uitgaande,
en van zelfstandige naamwoorden afkomstig, wan-
neer zij eene bedienifig , of waardigheid beteeke-
nen, als: het burgerschap, priesterschap, apostel-
schap enz.; welke alle echter vrouwelijk zijn, wan-
neer zij eene verzameling van personen tot een
ligchaam te kennen geven (♦> De woorden
graafschap, landschap hebben, schoon oulings
vrouwelijk gebezigd zijnde, door het gebruik reeds
het onzijdige geslacht verkregen.
140. Insgelijks de woorden, op uitgaande,
wanneer zij een algemeen ligchaam, of gezelschap
van
O Zie s. 119.