Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
sf NEDERDUITSCHE'
131. Ook die woorden, welke vau de onbe-
paalde wijs der werkwoorden, met wegwerping van
en en voorzetting van ge, afkomen, en derzelver
werking aanduiden, als; geraas, geroep, gesnap'^
getier, van razen, roepen, snappen, tieren tnz.
Zoo ook gerij, getij, gevrij, gevloek, geschrijf,
gebaf, gebak, gebouw, gebraad enz., van rijen,
tijen. Vrijen, vlo£ken, schrijven, bajfen, bakken,
bouwen, braden enz.; van welke sommigen van zin
veranderen, zoo dat zij van de werkende daad over-
gaan, om de bewerkte, of vrtortgebragte aan te
duiden, als: bet geiak, gebouw, gebraad enz.,
v.-elke niet meer het bakken, bouwen, braden enz.
beteekenen, maar datgeen, wat uit hst bakken,
brouwen, braden enz., voortkomt. Intusschen is
het natuurlijk, dat het voorgevoegde ge weggela-
ten wordt in woorden, afgeleid van werkwoorden,
welke reeds een der onscheidbare voorzetsels heb-
ben, als: het beleg, ontwerp, verblijf tnz., van
beleggen, ontwerpen, verblijven enz.
132. Tot dezen regel behooren ook alle woor-
den, welke, met voorzetiing van ge, van de
voortdurende werkwoorden op el en er afkomen ,
en niets anders, dan derzelver werking aanduiden,
als: gebulder, gedaver, gedonder, gejammer, ge-
dubbel, gehakkel, getokkel enz , van bulderen,
daveren, donderen, jammeren, babbelen, hakkelen,
tokkelen enz.
§. 133. Uit het aangevoerde blijkt de reden v.-.n
liet gesiachtsvcrsciiil in de woorden rouw tn reep,
be-