Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
mt
SPRAAKKUNST* 3?
ia8. 3.; Tot de alijenieene regelen ten aan-
zien van de onzrdige selfstandisïe naamwoorden
behooren de volgende. Onzijdig zijn de eigenna-
men van landen, steden, dorpen en plaatsen, wel-
ke , wanneer zij alleen genoemd, en niet nader
beschreven worden, in het Nederduitsch, zonder
lidwoorden voorkomen, als : Engeland, Amster-
dam; over Bleiswijk en Moet kapel naar Waddings-
veen rijden; terwijl men, dezelfde woorden met
een lidwoord bezigende, zegt: het kooprijke Am-
sterdam enz. Alle namen van landen en steden,
daarentegen, welke in het Nederduitsch een lid-
woord voorop hebben, schikken zich naar derzel-
ver inwendigen aard, of bijzonderen uitgang, als:
de Betuw, dc Feluw, de Lemmer, het Gooi enz.
129. Onzijdig zijn zoodanige woorden, welke
de onbepaalde wijs der werkwoorden, of het onzij-
dige geslacht der bijvoegelijke naamwoorden uitma-
ken , en als zelfstandige naamwoorden gebezigd wor-
den , als: het eten, het zingen, het diep, het ruim
enz.; tot welke laatste .soort van woorden ook het
woord mensch bthoon, hetwelk, bij inkorting, van
hetbiivoegelijk naamwoord mennischontleend, en van
iet oude men, voor man, afivomstig is. Wanneer
men echter van menschen in het algemeen spreekt,
zegt men de>( mensch, in het mannelijke geslacht.
§. 130. Die zelfstandige naamwoorden, welke
eene algemeenheid van stof of erts aanduiden, zijn
insgelijks onzijdig, als: het graan, hout, steen,
diamant, koper enz,
E a S' »3»'