Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
90 sf NEDERDUITSCHE'
of eenige mannelijke eigenschap aanduiden. Zoo«
danige zijn bloed, ondeugd, booswicht, voorspraak,
lidmaat enz. Het bloed is, bij voorbeeld, onzij-
dig; maar men noemt iemand eenen bloed; en dan
is het mannelijk. De deugd is vrouwelijk; maar
in gij zijt een ondeugd is het mannelijk; en zoo
in de overige woorden.
Om deze'fde reden zijn blaaskaak, breekspel,
borst, albedrijf, albeschik, albedil, deugniet, schoft,
klapspaan, toeverlaat, voorzaat, roervink , breke-
been, domoor enz. mannelijk, schoon op zich zei-
ven van een ander geslacht zijnde.
§. iiT. Tot dezen regel behooren niet zoodani-
ge woorden, weike van het vrouwelijke of onzij-
dige geslacht zijnde, alleen overdragtig, of ook
bij overnaming, op mannelijke personen toegepast
worden. Zoo noemt men, bij vergelijking, of bij
overdragt, den dichter wel eens eene zwaan, den
keizer de zon van Oostenrijk. Ook zegt men van
een meisje, dat zij een lief ding — van eene vrouw,
dat zij een oud vel — van eenen man, dat hij eene
goede kennis is. Bij overnaming heeft gemeenlijk
hetzelfde plaats. Zoo is, bij voorbeeld, het woord
wacht vrouv/elijk. Wanneer men nu, bij overna-
iiiing, de schildwacht , de nachtwacht, de toren-
wacht enz zegt, dan blijven deze woorden vrou-
welijk, schoon daardoor mannen aangeduid wor-
den.
na. Tot het mannelijke geslacht behooren
tevens de namen van steenen, wanneer zij eenen
bij-