Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
55
geluJi, noodlot, overlast, lommer, armoede, adel,
duurte, jeugd, verderf; verder diegene, welke
eene eigenschap aan iets toekennen, als: roest,
zwaarte, hitte, koude, warmte, rust, gehoorzaam-
heid, geweld, vernuft, moeite, dank, handel enz.
Eindelijk de onbepaalde wijs der werkwoorden, en
het onzijdige geslacht der bijroegelijke naamwoor-
den, als zelfstindig beschouwd, als: het zitten,
het staan, het weten , het schoone, het groote, het
edele enz.
S. 94.. Nog nroet men, ten aanzien van de ge-
tallen der zelfstandige naamwoorden, aanmerken,
dat sommige naamwoorden alleen in het meervou-
dige getal gebezigd worden, als: inkomsten, on-
kosten, kosten^ ouderen, voorouderen, Alpen, her-
sens, lieden, gezusters, gebroeders enz.
95. Het meervoudige getal onzer zelfstandige
naamwoorden wordt door het aannemen van s, n,
en en gemaakt. Door s , als: akker, akkers, her-
der, herders, nagel, nagels, bliksem, bliksems,
haven, havens, kok, koks, maat, maats. Door «
en en, ais: hoogte, hoogten, bede, beden, hoofd,
hoofden , kracht , krachten , kraai , kraaijen ,
klaauw, klaauMcn enz. Lid heeft in het meer-
voud leden, schip, schepen, stad, steden, smid,
smeden, spit, speten enz., van het oude led, schep,
sted, smed, spet enz.
9Ó. Sommige zelfstandige naamwoorden ver-
dubbelen, bij het vormen van het meervoud, den
medeklinker, als: bron, bronr.en, klip, klippen,
D 4 schim,