Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
54 sf NEDERDUITSCHE'
voud in eene geheel andere beteekenis. Zoo maakt,
bij voorbeeld, het woord ijzer, in den zin van een
stuk ijzer, of een van ijzer gemaakt werktuig,
in het meervoud ijzers; zoo ook aarde, in het
meervoud aarden, voor soorten van aarde; hout,
in het meervoud houten, voor soorten van hout,
of stukken hout; -water, in het meerroud wate-
ren , voor soonen van water — gebrande wateren,
voor sterke dranken enz.
ya Ook lijden die woorden geen meervoud,
welke van de onbepaalde wijs der werkwoorden
afgeleid worden, met wegwerping van den uitgang
en en voorvoeging van ge-, en welke zelfstandige
naamwoorden de werking dier werkwoorden uit-
drukken; als: gehuil, gezucht, geroep, gekraak,
gefluister, gevraag, gerij, gevrij, gtbulder, ge-
jammer , gedonder, gebabbel, gcdobhel, gekakel enz.
93. De zelfstandige naamwoorden, welke iets
onzelfstandigs, maar als zelfstandig aangemerkt
wordende, voorstellen, worden mede alleen in het
enkelvoudige getal gebruikt. Daartoe behooren
de namen der deugden, ondeugden en hartstog-
ten , als: argwaan, achterdocht, hulde, gierigheid,
overspel, hoogmoed, liefde, min, trouw, wil, lof,
dronkenschap, toorn, troost, schaamte, haat, nijd,
rouw, berouw, vrees, hoop, bedrog, eerlijkheid;
gelijk ook die, welke eenen toestand uitdrukken,
als: duod, leven, slaap, eer, echt, schande, hon-
ger, dorst, vreugd, verdriet, blijdschap, vrede,
opkomst, dwang, aanvang, einde, heil, geluk, on-
geluki
L.v .