Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
st
vrouwt man, visch, land, stad, rivier, water,
lucht, zand, volk enz.
86. De NeJerduitsche taal hfeft liet voor-
regt, dat zij ieder denkbeeld als iets zelfstandigs
bcschouwen, en bij gevolg ierier deel der rede
als zelfstandig gebruiken kan; bii voorbeeld: het
lezen, het denken, onder het bidden, de wijzen,
de gel/erden, hst schoone, het edde, het mijne,
het uwe, mijn ja, uw neen, hi' die zaak is een
maar, het ach en wee, mijn ahdcr ik, de xier, de
zes, de tien, in het kaa-^tspel, dat heeft zijn voor
en tegen , het honderd, het duizend enz.
§. 87. Een zelfstandig naamwoord, dat een
voorwerp, in vergelijking met een ander, als ver-
kleind aanduidt, wordt verkleinwoord genoemd;
en deze verkleining geschiedt door den uitgang
je, achter naarowoorden gevoegd, als: huisje,
kindje, lampje enz. En hierbij moeten de volgen-
de bijzonderheden opgemerkt worden:
1. Om de welluidendheid plaatst men voor de-
zen uitgang dikwerf eene of /», echter niet
willekeurig, maar naar gelang van de letters,
welke vooraf gaan. Zoo komt achter d, t, f,
g, k, p, s, sch, Sl\s , draadje, krijtje, brief'
je, daagje, plekje, streepje, daste, vi^hje
tje achter /, «, r, w, en achter de tweeklanken,
als: aaltje, wijntje, kamertje, zwaluwtje, koetje
enz.; pje achter m, a!s: N aampje, zoompje enz.
2. Vele woorden van eene lettergreep, of waar-
D 2 van
A