Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
50 sf NEDERDUITSCHE'
nadere ontwikkeling van de dee-
len der rede.
A. ovee. n e maamwooedes.
ï. Over de zelfstandige naamwoorden. Derzeher
aard.
84. een zelfstandig naamwoord is het gewig-
tigste deel der rede , tot het welk al de overige
rededeelen in betrekking staan, en om welks wil
zij aanwezig zijn. Op zich zelf, en, zonder be-
hulp van een ander woord, duidt het werkelijk
eene zelfstandigheid, of het wezen eener zaak aan,
a's: man, mier, huis, stoel enz. Ook stelt het
iets onzelfstandigs, en alleen in beschouwing be-
staande, maar als zelfstandig aangemerkt worden-
de , voor, als: deugd, schoonheid, grootte, lief'
de, vriendschap enz.
85 De zelfstandige naamwoorden worden ge-
voegelijkst in twee soorten verdeeld, ia eigene t\i
gemeene. Een eigen zelfstandig naamwoord is zoo-
danig een, hetwelk zekeren persoon , of zekere zelf-
standige zaak alleen aanduidt, en daaraan, met uit-
sluiting van alle anderen, als een eigennaam, ge-
geven wordt, bij voorbeeld: Nederland, de Maas,
Dordrecht. Berlijn, Willem, Maria enz. Een
gemeen zelfstandig naamwoord is zulk een, waar-
door vele zelfstandige dingen, tot eene en dezelfde
EOOit behoorende, aangeduid worden, '. mensch,
vrouw.
m