Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
sf NEDERDUITSCHE'
$é Daar de mensch, behalve de opening des
mouds en bet gehemelte, geene andere werktuigen
bezit, om oorspronkelijke klanken te vormen, dan
de keei, de /黫^, de lippen en de tanden^ zoo
verdeelt men de medeklinkers gevoegelijk in^de/—
/öw^— /f'p— en tandletters^ terwijl de ^ en ^
tot de keelletters, de d^ /, « en r tot de
tongletters, de b^ p^ f^ v, w en w tot de liplet-
ters , en de j en z tot de tandletters behooren C*)«
C. OVER DE VOBMING DER LETTER.»
GRËPËN EN WOORDENt
48. Uit de zamenvoeging der dus verre ver^
hamielde enkele letteren, ontstaan lettergrepen ea
woorden* Eene lettergreep is een verstaanbare
klank, welke met eenige opening ofsluiting van den
mond
(♦) Andere, tot de spraakkunst behoorende, bijzonderheden,
als: dé aard en het in geschil staande gebruik van sommige me»
dehlinleren ; de-verivantschapte medehlinheren ^ derzelver zacht'
beid en scherpte^ derzelver verwisseling en verdubbeling^ als
mede de invloed van bet gebruik , de uitspraak, welluidend'^
leid en afleiding op de spelling; zoo ook de inlassching van.
d ^ t en e in eenige zelfstandige naatmvoorden en andere %voor»
dén; dB ondersebeidene spelling van gelijkluidende, doch irt
beteekenis verschillende woerden; en eindelijk de spelling van.
ivoorden y avelke uit andere talen ontleend zijn^ .—' alle deze
bijzondcrhedCH ga ik met stilzwijgen voorbij, en wijs den
lezer naar de meer genoemde Verhandeling over de Nederduits
sche spelling, van den Hocigleeraar jm. sieosnbekk, alwaar
hij dezelve in liec breide en grondig behandeld kan vinden.