Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. fl?
den klinker, en is derhalve een gemengd geluid,
het zij de klinker vooraf ga, of volge.
45. Doch van waar komt het, vraagt men,
natuurlijk, dat de klinker, bij de uitspraak van den
eenen medeklinker, vooraf gaat, en , bij de uitspraak
van den anderen, volgt? Schoon men dit doorgaans
aan de willekeur der genen toeschrijft, die den lette-
ren namen gegeven hebben , rust het echter, waar-
schijnlijk , op zeer goede gronden, en is derhalve
niet zoo geheel willekeurig te noemen.
46. De medeklinkers zijn, als ware het, tus-
schen de lippen , tegen de tanden, en bet voorste en
achterste gedeelte van het gehemelte geklemd, en
sommige derzelven moeten, bij de uitspraak, door
behulp van klinkers, uitgeleid , andereuitgestooten
worden, om derzelver waren klank klaar en krach-
tig te kunnen onderscheiden. Tot de eersten behoo-
ren e/, c/, em, en, er, es, en tot de laatsten />e, che,
de, ge, ka, pe, te,ve, we, ze of zed. En schoon
men de eersten, sedert eeuigen tijd , /è, Ie, me, ne ,
re en se genoemd heeft, is het echter zeker, dat
daardoor de klank der f,l, m, n, r en s verre na
zoo klaar en krachtig niet uitgedrukt wordt, als door
ef, el, em, en enz.; gelijk in eb, ech, oiich, ed,
eg enz. het geluid der b, ch, d, g enz. veel min-
der zou doorsteken, dan in bc, che, oï chi, de, ge
enz.; waarom wij genoegzame reden meenen te
hebben, om de hier en daar ingevoerde nieuwigheid
van fe, Ie, me, ne, re enz te verwerpen, en de
gewone benaming der medekiinkeren te behouden,
C a S- 47.