Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
sf NEDERDUITSCHE'
3. Eenige dezer letteren worden gevormd,
door bet openen van den mond; de overige, door
eenig gedeelte van den mond te sluiten, of te druk-
ken. De eerste, welke allen eenen ongemengden
klank hebben, dragen den naam van klinkers,
omdat zij op zich zelve eenen vollen klank
geven , en zonder behuip van andere letteren
kunnen uitgesproken worden; of, omdat zij hun-
nen klank ook aan de andere letteren mededeelen.
De laatste noemt men medeklinkers, omdat zij
niet zonder eenen klinker kuuneii uitgesproken
worden.
a. over de klinkers.
I. Oper het getal der klinkers, en de
Viijs, waarop zij gevormd worden.
S 4. Daar iedere enkele opening van den mond,
zoo dra zij hoorbaar wordt, eenen klinker uit-
maakt, zoo volgt, dat er zoo vele klinkers kun-
nen Wezen, als er geluid gevende openingen van den
mond mogelijk zijn. Wij hebben echter niet meer,
dan deze vijf, a, e, i, o, u, en wij behoeven
er ook niet meer, om de door oes bedoelde zaken
uit te drukken en aan te duiden, of onze gedach-
ten aan anderen verstaanbaar mede te deelen.
§.5. Meu heeft bij dezen nog de ij gevoegd , en de-
zelve als eenen zesden klinker onder het getal der
letteren aangenomen; doch deze bijvoeging is niet
op den aard der taal, maar op etn ingeslopen ge-
bruik