Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
S22
ne derduitsche
-f
nevens ontvangt gif de hoeken, ondoorgesneden, en
dus ook ongelezen', dat is, welke ondoorgesneden, en
dus ook ongelezen zijn. Inzonderheid, wanneer an-
ders het woordje zonder en de onbepaalde wijs eens
werkwoords roet te moesten gebezigd worden: mijn
vriend kwam, maar hij kwam ongenoodigd, dat is,
zonder dat hij gsnoodigd was, of zonder genoodigd
te zijn.
3. In eenige voorwaardelijke volzinnen, laat zich
die, welke de voorwaarde bevat, door het voeg-
woord wanneer oplossen» gesteld, ik vraag hem ,
en hij antwoordt mij niet, dat tö , wanneer ik stel,
dat ik hem vraag, en hij mij niet antwoordt. Ge-
nomen {^aangenomen'), men spreekt daarvan, dat is,
wanneer men aanneemt, dat men daarvan spreekt.
Dit op het tegenwoordige geval toegepast zijnde,
zal men bevinden enz., dat is, wanneer men dit
tp het tegenwoordige geval toepast, enz. Ondersteld,
ik ontmoet hem daar, dat is, -wanneer ik onderstel,
dat ik hem daar ontmoet. En zoo in meer andere
gevallen.
§. a8c. Eindelijk worden twee of meer volzinnen
2amengetrokken, door middel van een bedrijvend
deelwoord\ bij voorbeeld: lagchende kwam hij in
de kamer, dat is , hij kwam in de kamer en lachte.
Hij deed het zittende, dat is, hij zat en deed het»
Biddende legt zij zich neder, biddende staat zij op,
dat is, zij legt zich neder en bidt, zij staat op en
lidt.
S. 281. Dewijl bij deze zamentrekking door een
be.

1