Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 313
yeroorzaatt, dat dezelve tot een zelfstandig naam-
woord kunnen terug gebragt worden, waartoe zij
niet behooren, bij voorbeeld: het is dwaasheid,
zich tegen de ongeyallen des levens te willen wape-
nen, door de opeemtapeling van schatten., tegen
welke ons niets kan beveiligen, dan de goeiie voor-
zienigheid van onzen kemclschcn Vader. Het be-
trekkelijke voornaamwoord welke behoort, volgens
de nieening, tot ongevallen, doch naar de hier
gebezigde woordschikking slaat het op de opeen-
stapeling Van schatten-. Weshalve men eigenlijk dus
moet lezen: het is dwaasheid, zich door de opeen-
stapeling van schattete te willen wapenen tegen de
ongevallen des levens, tegen welke ons enz.
§. 266. Ook moet men zich wachten van het
werkwoord, door veel en lange tusschenvoegselen,
af te scheiden van het zelfstandige naamwoord ,
waartoe het behoort, bij voorbeeld: het eenige,
het welk men van menschen, die alleen in het ver-
zamelen van schatten hunnen wellust stellen, en de
reinere geneugte der weldadigheid rdmmcr gesmaakt
hebben, verwachten mag, is dit enz.; in plaats
van: dit is het eenige, het welk men verwachten
mag van menschen, die enz. Hetzelfde geldt ook
ten aanzien van de afscheiding der verledene deel-
woorden van hunne hulpwoorden, als: eindelijk
heeft hij het boek, waarvan hij zoo veel gehoord,
en waarnaar hij zoo zeer verlangd had, gelezen,
voor: eindelijk heeft hij het boek gelezen, waarvan
hij enz,
V 5 5. Orer