Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
311
gen t ik alleen heb hem gezien, en: ik heb hem al-
leen gezien In het eerste geval slaat alleen op
ik, en in het laatste op hem, terwijl de nadruk
der uitspraak ook op ik en hem valt. En wan-
neer men bij de woorden ik heb hem alleen gezien,
den klemtoon, onder het spreken , op^«z/e«plaatst,
dan is de beteekenis weder blijkbaar verschillend
van de vorige, dewijl men daarmede dan wil aan-
duiden : ik heb hem alleen gezien, niet gesproken.
Zoo zegt men ook : ik ten minste ben daarover
niet bekommerd, en ; ik ben ten minste daarover ,
of: ik ben daarover ten minste niet bekommerd.
Het beteekent ook iets anders, het staat u vrij
niet te zweren, en het staat u niet vrij te zwe-
ren — hij is altijd niet te huis, en hij is niet al-
tijd te huis. Zoo heeft de uitdrukking de Romei-
nen althans kenden de vrijheid zoo goed als wij,
driederlei beteekenis, naar gelang het woord al-
thans, of achter Romeinen, of achter vrijheid,
of achter zoo goed geplaatst wordt.
263. Het is wijders een grondregel voor de
Nederduitsche woordschikking, dat men die woor-
den , welke tot elkander betrekking hebben, zoo
na mogelijk bijeen moet stellen. Men wachte zich
derhalve van die woorden, welke natuurlijk, of
door een koppelwoord, aan elkander verbonden
zijn, door tusschenschuiving van eenig ander
woord, te scheiden, bij voorbeeld; teeder ziet hij
haar en zuchtend aan, in plaats van: teeder en
zuchtend ziet hij haar aan. Weg is zij gegaan,
V 4 vool