Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
$04 NEDERDÜITSCHE
/iTara ik aak arm, zoo zoude ik echter niet stelen:
dat is, schoon ik arm ware.
<252. Achter het vergelijkende zulk, zulk een,
ook achter er^ daar, dan, hier, hierheen, der-
waarts, wanneer zij eene rede, of eenen volzin,
beginnen; en, ia dit geval, achter alle andere bij-
woorden: zulk eenen dag had ik nooit beleefd', er
liep een gerucht; daar wil ik wezen; dan zal hij
komen', hier moet ik hem spreken', daasna gebeurde
het', overal lagen appelen onder de boomen-, eerst zal
ik met u over deze zaak spreken; somwijlen kan men
hem niet verstaan', nimmer weet de mensch vooraf,
welk lat hem in dit leven beschoren zij', misschien
komt hij heden nog enz.
§• »53" 3' De derde soort van woordschikking
wordt niet ongepast de verbindende genoemd. De-
ze heeft plaats in die zinsleden, weike, door tns-
schenkomst van een voegwoord, of betrekkelijk
voornaamwoord, met andere vereenigd zijn, en
wijkt in zoo verre van de gewone woordschitking
af, dat het werkwoord, hetwelk anders terstond
op het onderwerp der rede volgt, hier de laatste
plaats inneemt. Ik heb onzen vriend, in langen tijd,
niet gezien; dit is de verhalende woordschikking;
hebt gij onzen vriend, in langen tijd, niet gezien?
djt is de vragende, of eerste afwijkende woordschik-
king; dewijl ik onzen vriend, in langen tijd, niet
gezien heb ; dit is de verbinde-,ide, of tweede afwij-
kende woordschikking.