Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220 (nederduitsche
ne gewaarvvordingfn en voorstellingen, zonder eeni-
ge geracedsbeweging, of kunstige verbinding van
de zinsleden, op de eenvoudigste wijze voordraagt,
of waarbij men het onderwerp der rede met des-
zelfs verschillende wijzingen en bepalingen vooraan
plaatst, en daarop de werking en eigenschap des
onderwerps, bestaande in het werkwoord met des-
zelfs bepalingen, laat volgen, bij voorbeeld: de
waar li\h wijze man volgt de voorschriften der deugd;
men spreekt daarvan ; het sneeuwt enz. En nimmer
wordt bet onderwerp der rede achter het werk-
woord gevoegd; waarom het eene verkeerde woord-
schikking is, wanneer men zegt: geheiligd worde
uw naam; leve de koning! voor: uw naam worde
geheiligd', de koning leve!
043. Wanneer men zijne, of eens anderen
woorden, in den persoon, waarin zij gespro''n
worden, herhaalt, dan kan de persoon, die dezel-
ve aanvoert, of vooraan, of na eenige der aange-
voerde woorden, staan; doch indien het laatste plaats
heeft, mnet de eerste naamval achter het werkwoord
komen: ik zeide tot hem, gij dwaas, gij bedriegt u
zeiven; gij dwaas, zeide ik tot hem , gij bedriegt u zei-
ven. Leef, dus sprak hij, leef voor Gade en kinderen.
244. De meeste voegwoorden veranderen wel
de verhalende orde der woorden, bij voorbeeld: ik
ging naar zijn huis, dewijl ik hem in langen tijd
rdet gezien had, enz.; echter zijn er eenige, welke
dezelve onverandeid laten. Deze zijn: want, maar,
doch;