Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
«98, nederduitsche
de werkwoorden het voorzetsel, in de onbepanide
wijs, vooraan, als: uitgaan, omschrijven, intreden
enz.
224. Dat het vervoegde werkwoord hiervan
niige^ondcrd is, büjkt uit het volgende: die vogel
zin^t fraai ena., eo niet: aie vogel fraai zingt.
"Worüt echter in plaats van het zelfsiandije naam-
woord , etn voori asmwourd gebezigd, dat op een
vourafgaaid &elfstanii«g naamwoord betreliking
hieft,' dan neemt het onzelfstandige clatgeen,
waardoor het iianer bepaald wordt, weder voor
zich, als: een vogel, die fraai zingt.
J. 225. lien bijwoord kan aDeen door een bij-
woord nader bepaald worcien, hetwelk insgelijks
vooraan staat: zeer schielijk; wel vroeg, etjz.
Êerst en nog kunnen ook van achteren staan: he-
den nog ZfU hij komen, gisteren eerst zag ik hem.
Komt er nog een voorzetsel bij, da» staat het na-
der bepaalde bijwoortf in hvt midden: va/i boven af;
naar beneden toe; van onderen op.
226. Wanneer de uerde i/aamval als het per-
soonlijke, en de vierde als het /lakelijke voorwerp
acuter een werkwoord komt, dan staat de derde
naamval gewoonlijk voor den vierden: die zoon doet
zijnen vader eer aan.
aa?' Heeft echter de vierde naamval een be-
zittelijk voornaamwoord bij zich, hetwelk naar het
onderwerp der rede terug leidt, dsn treedt hij
voor löip dtrden naamval: hij heeft zijn huis eenen
rreem ■