Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
'S P R A A K K U N S T. tS;
aene rede aan de andere , en derzelver ledeu a»n
elkander verbonden worden , is in het eerste Deel
reeds gesproken. In opzigt tot het verdere gebruik
en de plaatsing van dezelve, komt het volgende
nog in aanmerking.
S. 209. Wanneer de verbindende en uitsluitende
voegwoorden e«, ook, noch, of, maar enz. tus-
schen twee naamwoorden gebezigd worden, dan
moeten deze altijd in naamval, doch niet in getal en
geslacht, overeenkomen , als : ik vond daar mijtten
broeder cn zijnen oudsten zoon-, dat is hun en ons ge-
leurd; de dood verschoont zoo min den koning 'als den
ledelaar; ik heb noch hem , noch haar gezien; ik gaf
het den vader en zijnen kinderen; ik zag het kind
en zijne moeder schreijen; ik hootde eenen vernufii'
gen, doch tevens nederigen redenaar spreken.
2io. Worden twee of meer werkwoorden,
door middel van de voegwoorden, met elkander
verbonden, dan worden de hulpwoorden hebben,
zijn, zullen en worden doorgaans slechts eens ge-
bezigd , als: ik heb verzocht, gebeden en gesmeekt;
hij zal schelden, razen en tieren', gij zult gehaat,
gevloekt, gelasterd en vervolgd worden. Somwijlen
echter, en wel, wanneer de zin zekeren nadruk
vereischt, wordt het hulpwoord herhaald, bij voor-
beeld : gij hebt mij beloofd, gij zoudt mij schrijven,
gij zoudt mij boeken zenden , en gij zoudt zelfs bij
mij kowen.
§. 2!i. Sommige voegv/oorden staan altoos voor
den zin, of voor de woorden, tot welke zij bchoo--
ren.