Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. »77
§. 185. In het algemeen dulden de telwoorden
geen lidwoord bij zich; echter zijn er gevallen,
waarin dit kan en moet plaats hebben, bij voor-
beeld: geef mij de Tien Guldens, dat is, die voor
u liggen, of van welke wij gesproken hebben;
om dezelve, daardoor, van alle overige tien gul-
dens te onderscheiden! Zoo ook: de eene was
naauwlijks bij mij, of de twee anderen kwameu
ook,
186. Het is natuurlijk, dat het zelfstandige
naamwoord, waarbij een meervoudig telwoord
staat, mede in het meervoudige getal gesteld
worde, bij voorbeeld: dertien brooden; honderd
en drie kazen, enz. Het gebruik echter heeft
hier eene uitzondering gemaakt, en wil, wanneer
het getal een boven honderd of duizend is, dat
het zelfstandige naamwoord in het enkelvoud sta,
als: honderd en een persoon; drie honderd en eene
pen', duizend en een dag', vier duizend en een
jaar, enz.; welke gezegden bij uitlating gestelei
worden, voor vier duizend jarea eu een jaar
enz.
187. Maten, sommen en gewigten kunnen,
of als verdeeld, of als vereenigd beschouwd wor-
den. In het eerste geval, staan zij natuurlijk in
het meervoud, wanneer het daarbij gevoegde tel-
woord meer dan een is. In het andere geval staati
zij in het enkelvoud, schoon het daarbij gevoegde
telwoord meervoudig is. Zoo zeggen wij, bij
voorbeeld: yier lasten tarw, wanneer namelijk ie-
S 3 der»