Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220
(nederduitsche
diü nog plaats heeft, zijn overblijfsels vah dit ge-
bruik, hetwelk misschien, voor het grootste gedeel-
te, eene navolging van het latijn is; waarom men
hieromtrent ook geene bepaalde regels kan opgeven;
terwijl de meeste der hiertoe behoorende gevallen uit
het gebruik moeten gekend worden.
171. Somwijlen worden nog eenige werkwoor-
den met den tweeden naamval gebezigd, bij voor-
beeld, gecknken: gedenk onzer enz Zoo ook eenige
wederkeerige werkwoorden, tervvijl het voornaam-
woord zich in den vierden naamval staat; bij voor-
beeld, zich ontfermen: ontferm u onzer-, erbarmen:
ik zal mij uwer erbarmen; schamen: ik schaam mij
mijner bekentenis niet. Insgelijks met het werkwoord
zijn, als: voornemens zijn enz. Doch tegenwoordig
worden deze werkwoorden, meestal, met voorzetse-
len gebruikt, als: aan iemand gedenken-, zich over
iemand ontfermen, erbarmen-, zich over iets schamen
enz»
172. De tweede naamvallen: des avonds, des
morgens, donderdags, allerwegen, mijns bedunkens,
grootstendeels, bkodshoofds, goedsmoeds, eensklaps,
onverrigter zake enz., met werkwoorden voorko-
mende , als: des nachts slapen; des morgens op-
staan-, dat voldoet eenigzins; donderdags op reis
gaan-, allerwegen vervolgd worden enz., schijnen'
meer op zicti zei ven staande bijwoorden, dan wel
van de werkwoorden afhangende tweede naamvallen
te zijn.
173. Vele werkwoorden hebben den derden
naama