Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 67
163. Van meer belang is het, wanneer het
zelfstandige naamwoord, door het werkwoord be-
heerscht, deze beheersching door verbuiging van
het zelfstandige naamvroord, en waar die niet toerei-
kende is, door behulp van voorzetselen, uitgedrukt
wordt.
S. 164. Alleen die naamwoorden, welke door een
bedryvend werkwoord in den vierden naamval ge-
plaatst worden, kunnen bij een lijdend werkwoord
in den eersten naamval staan. Wanneer men, bij
voorbeeld, zegt: uw vader zoekt u, dan is u het
voorwerp der bewerking van het bedrijvende werk-
woord zoeken, 0£ de vierde naamval; cn bij gevolg
kan hetzelve ook, bij een lijdend werkwoord, inden
f etsten naamval staan, dewijl het altoos het lijdende,
of bewerkt wordende voorwerp blijft, als: gij wordt
gezocht van uwen vader. Wijdere; men roept u\
men noemt mij; en daarom ook: gij wordt geroepen',
ik word genoemd.
§. 165. Uit het boven aangevoerde blijkt, dat het
eene misstelling is, wanneer men die voorwerpen,
op welke het bedrijvende werkwoord niet onmiddel-
lijk, maar als door eenen omweg, werkt, in den
lijdenden vorm den eersten naamval doet aannemen,
dewijl de persoon, welke door een bedrijvend werk-
woord , bij voorbeeld, in den derden naamval ge-
plaatst wordt, in den lijdenden vorm nimmer de
eerste naamval kan worden. Wij zeggen, bij voor-
beeld: iemand boodschappen, te kennen geven, dat,
tnz.; alwaar iemand niet de vierde, maar de derde
nsaai»