Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
a(34
neder duitsg he
te eten, maar wij eten. om televen', ik Ir eek hiet
af, om niet wijdloepig te worden. Inzonderheid,
wanneer het doel der handeling de aanvang der
rede is, alss alken om u te zien, hen ik hier ge-
komen.
§. 156. Ook volgt de onbepaalde wijs met te op
het woord zonder, en op verscheidene bijvoegelijke
naamwoorden, ais: hij is vertrokken , zonder afscheid
te nemen, ik ben he^cerig te hooren, wat er van de
zaak zij-, htj is niet waardig met haar te ver»
keeien,
S. 157« Insgelijks wordt de onbepaalde wijs met
te gebezigd, wanneer dezelve het onderwerp der re-
de is; bij voorbeeld: aan het roer van staat te zit
ten, is ieders zaak nief. God te dienen is de eerste
pligt. Zoo OOK , wanneer men de rede omkeert:
het ts ieders zaak niet aan het roer van staat te zit-
ten ; de eerste pligt is Goa tt dienen»
158. Men wachte zich intusschen, van de on-
bepaalde wijs der werkwoorden overtollig te gebrui-
ken; bij vooibeeld: men had het korter te zijn ge-
wenscht, voor: men had het korter gewenscht; hij is
in staat, iets daartoe te kunnen bijdragen; hij is
•verp/igt, dit te moeten doen, enz», voor: hij is in
staat, iets daartoe bij te dragen-, hij is verpligt., dit
te doen, dewijl in staat zijn en kunnen, verpligt zijn
en moeten hctzeifde zeggei).
S' 159« Uie werkwoorden, welke de onbepaalde
vi'ijs zonder te schtcr zich hebben, behouden, in
den volmaakt- en aeer dan volmaakt verledenen tijd,
..... d?