Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 59
ik noch gezien, noch gehoord, noch gelezen heb. Ik
heb gezien, dat eenigen daardoor getroffen, ande^
ren geleerd zijn geworden. De gevallen, waarin
vele bij elkander komende hulpwoorden eenen wan-
klank, en eene onaangename verlenging der rede
veroorzaken, laten zich, bij een weinig smaak en
oefening, ligtelijk vermijden: een ebwijs, hoe zeer
hij er zich moet hebben aan gelegen laten zijn,
hare liefde te verdienen, beter: een bewijs, hoe
zeer hij er zich aan gelegen liet zijn, enz.
145. Men vermijde het zoo dikwerf voorko-
mende, doch verkeerde gebruik van het verdub-
belde hulpvvoord hebben, bij voorbeeld: ik hebhet
hem gezegd gehad; zij hebben met haar gesproken
gehad, voor: ik heb het hem gezegd; zij hebben
met haar gesproken. Hiertoe echter moeten niet
betrekkelijk gemaakt worden de spreekwijzen, ont-
leend van het werkwoord hebben, in den zin van
bezitten, als: ik heb geld ledig liggen gehad', voor
verpligt zijn: ik heb heden veel te schrijven gehad;
zoo ook in te doen hebben, voor vertier hebben,
werk hebben: ik heb gisteren veel te doen gehad;
hetwelk zekerlijk ook kan beteekenen: ik heb gis-
teren veel moeten doen; doch de zin moet uit
deu zamenhang opgemaakt worden.
Ra é. Over