Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 255
ik het niet zeker weet, geloof ik echter, dat het zoo
is, enz.
§. 137. De onvolmaakte tijd der aanvoegende
wijs duidt niet iets aan, dat verleden, maar dat
onzeker, deels tegenwoordig, deels toekomstig isr
hij wenschte, dat zij zi'ne zuster niet ware. D.H
hij het maar dede! Intusschen wachte men zich
van den verledeoen tijd der aanvoegende wijs, in
plaats van den tegenwoordigen tijd der aantoo-
nende wiis, te gebruiken, bij voorbeeld; als zij
eens wiste, dat wij van haar spraken, beter spre-
ken. )
§. 138. De volmaakt verledene tijd der aanvoe-
gende wijs beteekent eene gebeurde zaak, als on-
zeker , bij voorbeeld: ik twijfel, cf hij daaraan
niet te weinig moeite besteed hebbe. De meer dan
volmaakt verledene tijd der aanvoegende wijs daar-
entegen duidt aan, dat iets geschied zou zijn,
wanneer eene andere mogelijke voorwaarde ware
vervuld geworden: hij ware een beroemd man gS'
worden, hadde hij langer geleefd
§ «39. De gebiedende wijs dient niet alleen, om
te gebieden en te verbieden, als: gerf mij mijnen
hoed', sliit uwen tijd niet met beuzelingen-, maar
ook, om op te wekken, te vermanen, aan te spre-
ken, en zelfs om te bidden, bij voorbeeld: volg
mijnen raad, en gij zult « daarbij w:l bevinden',
zorg. dat uwe liejde nimmer vtrßaauwe-, geef ons
heden ons dagelijksch brood, enz. Men bedient
zich