Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220 (nederduitsche
en riet: dk, degene mij zijne vriendschap bewijst
in welk geval degene betrekkelijk zoude zijn, dat
het nimmer kan wezen. Diegenen mogen het ver-
antwoorden, welke daarvan de oorzaak zi/n. Zoo
ook: hetgene dat, enz. (*) Hetgene, of hetgeen,
voor hetgene dat, is reeds door het gebruik ge-
wettigd : hetgene ik zeg is waarheid (f).
104, Dezelve wordt alleen in betrekking tot
een zelfstandig naamwoord gebezigd, dezelfde ook
bij een zelfstandig naamwoord gevoegd. Het eer-
ste ziet op iets, waarvan gesproken is, bij voor-
beeld: ik vroeg naar üen held, men wees mij den-
zelven. Het laatste heeft meer nadruk en duidt
aan, dat niets anders bedoeld wordt, bij voor-
beeld: ik heb heden denzelfden vreemdeling gezien,
welken wij gisteren zagen. Het voorwerp vjordt
hier, door het woord denzelfden, zoo naauwkeurig
bepaald en aangewezen, dat men zich daarbij ter-
stond eenen zekeren, wet bekenden vreemdeling
voorstelt, die maar alleen kan gemeend wezen.
Wilde men bij den eersten volzin, ik heb dcnzelf-
den vreemdeling gezien, afbreken, dan zou deze
uif^rnkking volstrekt onverstaanbaar zijn. De op-
merkKanmhdid is door^ het woord denzelfden zoo
gespannen, dat men nog eene andere uitdrukking
moet verwachten, ;yelke hetzelfde voorwerp be-
hou-
(O Zie Deel I . i7<).
Cl 5 Z c Inleiding van mijn Nederduitsch taulkunJ!^ ^oirJen-
ieei, bl. 104,