Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
220 (nederduitsche
5. Aanwijzende voornaarnwoordeHm
§,95. Deze voornaamwoorden wijzért onderschei-
dene zaken aan, en worden zoo wel met een zelf-
standig naamwoord bij zich, als alleen en op zich
zeiven staande, of in betrekking tot een zelfstandig
naamwoord gebezigd.
S. 96, Deze en gene worden dikwerf zamenge-
voegd, om verscheidene onbepaalde dingen van
eene soort aan te duiden, als: hij sprak van deze
en gene zaken', hij bedient zich van deze en gene
uitvlugten.
S- 97. Die wordt insgelijks met een zelfstandig
naamwoord gebezigd, als: die vrouw is mijne zus-
ter-, en in betrekking tot een zelfstandig naamwoord:
wie heeft het gedaan ? die, hij staat daar. Dat
had ik niet gedacht. Hier is mijn brief, maar dien
uws broeders vind ik niet. Ook wanneer wie vooraf
gïat: wie rijk vit worden, die valt in verzoeking i
in welk geval die ook kan verzwegen worden: wie
rijk wil worden valt in verzoeking.
§ 98. Wanneer drie dingen aangeduid moeten
worden, welke van elkander afliggen, dan beteekent
deze het naaste, die het middelste, en gene het
verst afgelegene , bij voorbeeld: ik meen deze straat,
niet die-, van gene heb ik zelfs niet gesproken. Zijn
er meer dan drie, dan worden zij door de eerste,
de tweede, enz. aangeduid,
S. 99. Dit en dut, zijnde de onzijdige geslach-
ten