Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
237
die liet bezittelijke voornaamwoord 'betrekkelijk moet
gemaakt worden; en daarom is het dikwerf nood-
zakelijk, in de plaats van het bezittelijke voornaam-
woord, den tweeden naamval van het aanwijzende
voornaamwoord, deszelfs, of derzeher, te gebrui-
ken.
8-7. En hierbij merke men, vooreerst, aan, dat
de handelende per'.oon altoos een bezittelijk voor-
naamwoord bij zich heeft, bij voorbeeld: de vlijtige
landman behotrvt zijnen akker; hij is zijn eigen
heer; Titius meldt zijnen vriend, dat hij zijn huis
verkocht heejt, namelijk het huis van Titius. Ri-
chard stierf, en wet hem verloor de vorstin eenen
man,_ die haar zijne menigvuldige diensten bewezen
had; waar zijne op den laatst handelenden persoon
die slaat.
88. 1. Ook wordt het bczittclijkt voornaam-
woord gebezigd, schoon het niet op den handelen-
den maar op eenen anderen persoon betreklving heeft,
van wien gesproken wordt, in geval, namelijk, e.'nig
vecscliil van geslacht of getal plaats heeft, of, wan-
neer in den eersten of tweeden persoon gesproken
wordt, waartoe 2;)'«, hun, oi haar niet kan vveder-
kccren; om welke reden ook geene misvatting te
vreczen is. Zoo zegt men, bij voorbeeld: ik zag
den veldheer zijne krijgsknechten aanvoeren; wij hoor-
den Damon op zijne fluit spelen. Hier ziin ik en wij
de handelende personen; doch niemand kan liet be-
zittelijke voornaamwoord des derden persoons zijne
op dezelve toepassen,
S. 89.