Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. !?33
weg door deze, gene, of door de eerste, de
laatste,
75. Men laat het geslacht en den persoon ge-
heel onbepaald, en wordt alleenlijk bij den derden
persoon der werkwoorden gebruikt, als: men speelt,
men leest enz. 3Ien heeft, het mi) gezegd kan zoo
wel beteekenen iemand, slechts een persoon, heeft
het mii gezegd, als ook eenigen, velen, hebben het
mij gezegd. Men is het oorlogen moede.
76. Hierbij moet nog aangetnerkt worden, dat
de verkorting van men tot m', welke zelfs wel bij
anders goede en gezag hebbende schrijvers, cn
vooral bij dichters, voorkomt, geheel af te keuren
is, dewijl eene verkorting, wanneer die gebezigd
mag worden, alleen omtrent uitgangen, en geens-
zins omtrent een zakelijk deel kan plaats hebben»
Men schrijve derhalve, bij voorbeeld, altoos; de"
wijl men ons verzekerde, en niraraer dewijl 73' ons
enz.
§. 77. Iemand en niemand staan tegen elkander
over. Met het eerste duiden wij eenen enkelen per-
soon aan, van wien wij niets anders weten, dan
dat het een mensch is: daar is iemand', mijn broe-
der, of iemand anders. Met niemand sluiten wij ie-
deren persoon uit; cr kwam niemand', nu zal nie-
mand het gedaan hebben,
78. Hierbij valt nog aan te merken, dat
niemand ''gelijk ook niets, nergens, nooit) even
als de vergrootende trap der bijvoegelijke naam-
woorden en bijwoorden, dan, en niet als, achter
P 5