Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
331
de mijn gezigt van het onbeschaamde vrouwspersoon
af, en tiet haar staan; hij verstiet het slechte v/ijf,
en liet zich van haar scheiden. (*)
§. 70. Wanneer twee werkwoorden eeneilei
persoonlijk voornaamwoord beheerschen, dan wordt
hetzelve, in geval de werkwoorden denzelfden
naamval vorderen, eenmaal weggelaten, als: ii
moet hem spreken, of ten minste zien. Het zal 11
niet alleen niet gevallen, maar ook geene eer aan-
doen. Doch zijn de naamvallen verschillend, dan
moet het persoonlijke voornaamwoord herhaald
worden, bij voorbeeld: hij beschouwde mij, en
zeide mij niets.
§. 71. Het wederkeerige zich wordt gebruikt,
wanneer het werkwoord op den handelenden per-
soon zeiven terug werkt, als: hij beroemt zich,
niet hem; zij bedenken zich, niet hen; hij eigende
zich het niet toe, noch matigde zich het regt daar-
toe aan.
72. Maar wanneer nog een andere werkende
persoon daarbij gevoegd wordt, dan bekleedt, in
dat
(•) Men moet zich hierbij wel wachten \oor den misslag van
sommigen, die, in soortgelijke gevallen, het woord, het welk
den persoon aanduidt, van geslacht doen veranderen, cn, bij
voorbeeld, het woord min, voor Cupido, of zon , voor Pbebus,
mannelijk nemen, moetende de woorden altijd hun eigen gcslacht
behouden, als: ik zag de Min, toen bij enz. niet ik zog den
Min enz. Zie verder huidecoper Proeve ,D.l , bl. aosenveiv.,
KLUIT op UOOGSIILATEN, bij dc wootden Mijdat, min en zon,
P 4