Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST.
225
51. De bijvoegelijke naamwoorden beheerschen
ook naamvallen, en wel den tweeden, derden en
vierden naamval. Den tweeden vorderen magtiff,
zat, gedachtig, bewust, schuldig, waardig, moede,
kundig, enz., als: zijns ver stands magiig •, des
levens zat; des verbonds gedachtig; zijner onschuld
bewust; des doods ichuldig; eene der beantwoording
allezins waardige vraag; des bewinds moede; der
zake kundig; enz., en derzelver tegengestelden
met on, als: onbewust, onwaardig, onkundig
enz.
S' 52. Ëenige dezer bijvoegelijke naamwoorden
echter worden reeds gev^oonlijk met voorzetselen
gebezigd, of hebben den vierden naamval bij zich,
als; van zijné onschuld bewust; aan het verboni
gedachtigi deit dood schuldig; het esuwige leven
waardig enz.
§. 53. Den derden naamval vorderen gelijk,
aangenaam , bekend, duidelijk, dienstig, gehoor-
zaam, gevaarlijk, heilzaam, nuttig, schadelijk tnz. ^
nevens derzelver tegengestelden met on, als; de
knecht is, als mensch, zijnen heer gelijk; een zij-
nen ouderen gehoorzaam kind', esne mij nuttige,
noodzakelijke, heilzame bezigheid enz.; schoon ook
met voorzetselen, a!s: tweemaal een is gelijk aan
twee enz.
54. Den v'erden naamval vorderen die bij»
voegelijke naamwoorden, welke maat, gewigt, ou-
deidqui en waarde beteekenen, in zoo verre deze
dingen door een telwoord aangeduid worden, aist
P tien