Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. 223
sen, bij voorbeeld: zijden-kouscmcver, oudc-vrou-
wenhuis enz.
§. 45. Wanneer een zelfstandig naamwoord bij
een ander gevoegd wordt, ter verklaring van het-
zelve, dan volgt bet bijvoegelijke naamwoord het
geslacht van het ter verklaring dienende zelfstan-
dige naamwoord, als: d<f mensch, het edelste van
alle schepselen; de rede, het kostbaarste geschenk
der natuur. Ook wanneer personen nader be-
schreven worden, bij voorbeeld: Xanthippe, hst
boosaardigste wijf,
46. Daar de bijvoegelijke naamwoorden ei-
genschappen te kennen geven, zoo kunnen zoo
vele bijvoegelijke naamwoorden voor een zelfstan-
dig naamwoord staan , als aan hetzelve eigenschap-
pen kunnen toegeschreven worden, bij voorbeeld:
de altoos tegenwoordige en steeds dreigende dood,
de gansche, lange, treurige nacht,
47. Wanneer het zelfstandige naamwoord met
de daartoe behoorende bijvoegelijke naamwoorden
niet eene en dezelfde bijzondere zaak, maar on-
derscheidene soorten, of deelen en betrekkingen
van eene zaak aanduidt, dan moeten de op elkan-
der volgende bijvoegelijke naamwoorden door het
voegwoord en verbonden worden , als: de aard-
sche en hemclsche wijsheid, alwaar twee soorten van
wijsheid genoemd worden ; een wel doorbouwd en
nieuw aangewonnen land-, de voor:te, middelste en
achterste kamer, enz.
s. 48.