Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
522 nederduitsche
beeld: de braafste jongen en het deugdzaamste
meisje. En dit geschiedt ook, somwijlen, bij twee
zelfstandige naamwoorden van hetzelfde geslacht,
als : de roekelooze vader en de ontaarde zoon.
§. 43. Daar bij zamengestelde zelfstandige naam-
woorden , het achterste altijd het geslacht bepaalt,
zoo moet ook zoo wel het lidwoord als het bij»
voegelijke naamwoord daarop zijne betrekking heb»
ben, bij voorbeeld: eene naarstige dienstmaagd',
de zorgvuldige huisvader: een krachtig hulpmiddel,
44. Het is derhalve eigenlijk verkeerd, voor
een zamengesteld zelfstandig naamwoord zulk een
bijvoegelijk naamwoord te plaatsen, het welk al-
leen op het eerste lid van het zamengestelde naam-
woord betrekking heeft, als: een zijden kousen-
wever-, een gouden uurwerkmaker', het oude vrou-
wenhuis', een fransche broodbakker^ een hoogduit-
sche boekhandelaar, enz., dewyl dit, volgens den
aard onzer taal, niet anders kan beteekenen,
dan: een kousenwever, die van zijde, — een
uurwerkmaker, die van goud, — een vrouwen-
huis, dat oud, — een broodbakker, die een
franschman, — een boekhandelaar, die een duit-
scher is, enz. Onaangezien dit, heeft het spreek-
en schrijfgebruik de genoemde uitdrukkingen zoo
algemeen aangenomen, dat wij ons daaraan be-
hooren te onderwerpen; schoon men, om de
dubbelzinnigheid eenigzins weg te nemen, een
dwars streepje tusschen het bijvoegelijke en za-
mengestelde zelfstandige naamwoord kan plaat-
sen.