Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. l6i
ben; i. wannesr het iß betrekking stadt tot eert
kort te voren genoemd, of ook, bij omkeering der
rßde, tot een volgend zelfstandig naamwoord, als:
fr ansehe hontwaren, en n et duit sehe, de toekomende
tijd, zoo wel als de verledene-, allerlei menscken , voor-
isame en geringe-, ds roos, de schoonste onder de bloe-
men ; een naarstig leerling wordt natuurlijk van
elk geprezen, maar de trage verdient de verachting
van alle weldenkin den', ik reisde van de eene stad
naar de andere-.^ of: ik reisde van de eene naar de
andere stad. Zio ook: zii draagt water in dt
eene, en vuur in de andere hand-, de eene stond am
mime slinker, en de andere aan mijne reg ter zijde.
Ook bij eigt-nnamen: Frederik de wiize, de stand-
vastige (Zie 39). a. Wanneer het zelfstandige
naamwoord ligtalijk te raden is, en daarom ver-
zwegen wordt, als: voor den tienden dezer maand,
dat is, voor den tienden dag enz,
42. Een bijvoege'ijk naamwoord kan dikwerf
bij twee zelfstandige naamwoorden gevoegd v/or-
den, als. welriekende kruiden en planten. Daar ech-
ter, bij twee zelfstandige naamwoorden van onder-
scheiden geslacht het lidwoord dient herhaald te wor-
den, zoo deelt het bijvoegelijke naamwoord, natuur-
lijk, in deze herhaling, bij voorbeeld, vim-, de deugd-
zaamste jongen en het meisje, maar wel: de deugdzaam-
ste jongen en het deugdzaamste meisje. Dikwerf nog-
tans bezigt men in zulk een geval, als het zijn kan,
twee onderscheidene bijvoegelijke naamwoorden, wel-
ke genoegzaam dezelfde beteekenis hebben, bij voor-
beeld: