Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. 19
des ouderdoms zijn somwijlen gevolgen van de los-
handigheden der jeugd
C. OVER DE BIJVOEGELIIKE NAAMWOORDEN.
r ■ \ ■ '
38. De bijvoegelijke naamwoorden staan voor
de zelfstandige naamwoorden, waartoe zij behoo»
ren. en volgen dezelve in naamval, geslacht en
getal : de stervende onschuld — het onzekere
geluk.
39. Maar wanneer zij bij eigennamen, ter
onderscheiding van anderen, gevoegvl worden,
komer. zii achter aan, en krijgen als dan het be-
palende lidwoord bij zich: Karei de twaalfde —
Alexander de groote, enz-; terwijl het bepalende
lidwoord, hier, aan twaalfde en groote de gedaan-
te van een zelfstandig naamwoord geeft; schoon
zij echter geene ware zelfstandige naamwoorden
zijn, maar alleen op de voorgaande eigennamen
betrekking hebben, welke daaronder verstaan wor-
den. Karei de twaalfde is dan zoo veel als Karei,
de twaalfde Karei. Derhalve ook in de verbogene
naamvallen: het bevel van Karei den twaalfden (van
Karei, den twaaljden Karet); hij streed tegen
Alexander den grooten {tegen Alexander , den groo-
ten Alexander^, in onderscheiding van andere
Kareis en Alexanders. De woorden a'leen, vol,
genoeg, enz., als: wijn genoeg, enz., maken hier
geene
O Zie ook A. MOONEN, Sfraakhumt, bl. sP?.