Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST. ao?
woord gevoegd , als: daar is brood — geef mij kaas',
want, als wii hit brood en de kaas zeggen, dan
wijMn wij, als met den vinger, aan, welk brooi
en V/elke kaas wij bedoelen.
6. Het lidwoord de duidt, somwijlen, het
gansche geslacht als een eenig zelfstandig ding aan,
bij voorbeeld: de mensch is sterfelijk', alwaar wel eea
eenig enkel wezeu genoemd, maar echter het gan-
sche geslacht gemeend wordt; waarom dezeuitdrnk-
king zoo Viel zegt als: alle menschen zijn sterfelijk,
7. Bij de eigennamen van menschen, landen ca
steden worden de lidwoorden, doorgaans, vvegge-
laten. omdat zij op zich zelven reeds genoeg be-
paald zijn, cn, volgens hunne natuur, een enkel
wezen, als bijzonder voor zich zelfbestaande, vonr-
stellcn, bij voorbeeld: daar is Jan ; — Jaksb is
de zonn van Bieter; — ik kwam uit Holland en ging
naar Frankrijk enz.
8. Somwijlen nogtans worden de lidwoorden
voor eigennamen gebezigd, wanneer, namelijk, de
personen of zaken, door toevoeging van eenig antiec
zelfstandig naamwoord, of eenig bijvoegelijk naasa-
woord, nader bepaald, of omschreven worden, als:
de God Jupiter — de held Woltemade — het wik-
rijke Frankrijk — het vermaarde Amsterdam — eem
Sokrates onzer eeuw tnz,
§ 9. In sommige andere gevallen wordt het lid-
woord verzwegen; en wel, wanneer men iemand
aanspreekt, als: God! rader! of met een bijvoe-
gelijk naamwoord: goede God! lieve Fader! Ook
vouT