Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst. loi
f. 38a. Geijk men de menschelrike gewaarvvordiii*
gen in in- cn uitwendige onderscheidt, zoo zijn ook
rierzeïver uitdrukkingen op gelijke wijze te onder«
scheiden.
§. 383. Tot de eerste behooren de i.itdrukkingen
van blijdschap, als: ha! heisa! — van droefheid,
als; ach! helaas! — die, welke eenen wensch aan-
duiden, als; och! och of! — die, welke men bij het
smeeken bezigt, als; ei! ei lieve! — wijders de uit-
drukkingen van verwondering, ais: 0! van verach-
ting, als; Jt! foei! van bedreiging, als: wee! 0 wee!
van geroep, als: he! holla! hem ! van bevel om stil
te houden, als : hei! ho! hou! sus!
384. Tot de laatste behooren die tusschenwerp-
seis , welke eenen van buiien ontvangenen indruk,
door nabootsing van hetgeen in de natuur gehoord
wordt, aanduiden, als: t?ons , klets, krak, plomp
enz.; bij voorbeeld: bom ! daar lag hij; krak! daar
brak het enz. En van deze komen naamwoorden en
werkwoorden, als: een bons, krak, plomp enz. —
bomen, kraken, plompen enz.
385. Dat de benaming van tusschenwerpsels, als
te kennen gevende, dat zij tusschen de reden ge»
voegd, of geworpen worden, niet zeer naauwkeurig
is, blijkt daaruit, dat zij somtijds even zoo gevoe-
gelijk aan Miet begin en einde, als in het midden,
voorkomen; gelijk in de woordvoeging nader
}5al blijken.
§. 38Ó. Maar er is nog eene andere soort van uit-
drukkingen, om de inwendige gewaarwordingen der
N 5 ziel