Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
aoo
NEDERDUITSCHE
.den ook altijd mgtan schreven. Hierbij is naderhand
de s gekon en, en daaruit de spelling van mgtant ont-
staan, welke met het gezag onzer keurigste schrijve-
ren gestaatb is ♦..
380. Dikwerf wordt doch voor toch, dewijl voot
terwijl, en omgekeerd, gebezigd, daar het verschil
van schrijtwij» tusschen deze woorden noodzakelijk
moet in acht genomen worden. Immers doch is een
tegenstellijig aaiiwijzenu, toch een toegevend voeg-
woord; bij voorbeeld: ik zoude wel hij u komen,
doch tk kan heden voL trekt met van huis — gij zult
het mii toen met ten kwade duiden. Zoo is dewijl
een reden gevend, en terwijl een tijdsopvolging aan-
duidejid voegwoord, gtlijk uit de volgende voorbeel-
den blijkt: dewijl (naardien) gtj mij niet geantwoord
hebt, zal ik u niet meer schrijven; — terwijl ik bij
hem was, kwamen verscheidene vrienden hem bezoeken,
5. Over de tusschenwerpsels,
381. Schoon de tusschenwerpsels, eigenlijk, niet
tot cie taaidetien behooren, willen wij dezelve echter
niet met stilzwijgea voorbij gaan. Zij zijn geene uit-
drukkingen van zekere denkbeelden, maar alleen van
zekeie gevvaarwordmgen der ziel, Als zoodanig kun-!
nen zij ook noch buiging, noch afleiding hebben.
S. 382.
Zie VttianitUng ever Je Keäerdiitsche spitUng, dOOr den
po{)gleefaar m. si£GENBEgj£j bl. ai? en verv.