Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
i!?198
nederduitsche
heerscht, in den.'derden of vierden naamval moeten
staan, naar mate eene .rust in, of beweging naar
ccne plaats bedoeld wordt; en in de uitdrukldngsn :
de hoed hangt aan den wand, — fp den grond zit-
ten, — in het water liggen enz,, komt' zoo wel de
vierde naamval voor, als in: iets aan den wand han'
gen, op den grond gooi jen, in het water springen enz,
4. Over de voegwoorden.
f. 576, vocgwoordemïiw, insgelijks, eene soort
van bijwoorden, niaiir zulke, die de betrekking van
de eene rede op de andere, gelijk ook de bttrekl«ir:g,
welke deryelver leden op elkander hebbtjn, aandui-
den. Zij maken het voorgaande op het volgem'c,
zoo wel als het volgende op het voorgaande bttrclc-
kelijk; zij zijn de draden, welke de eene rede aan
de andere knoopen, en geven dus dat verband aan
de woorden, het welk in onze denkbeelden plaats
heeft. Tot dezelve behooren en, ook, nog, noch,
Hat, omdat, opdat, schoon, echter, maar, want, in-
dien, dewijl, naardien, weshalve, er,z.
§, 377. Sommige voegwoorden zijn wortelwoor-
den, als: ooi, zoo, nu, nog, hoe, dan, doch, maar,
enz ; sommige afgeleid, als; deels, anders, gevolge-
lij k, enz.; andere zamengesteld, als: insgelijks,
daarenboven, daarentegen, ofschoon, enz.; wederom
andere ituiken meer dan een woord uit, als: zoo wel,
riet alleen, riet minder, als ook, gelijk als, behalve
dat, voor het O) ei ige, enz.
S. 37S.