Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
i!?6 nederduitsche
standig naamwoord gevoegd, worden als bijvoege.
Jijke ria^mwoorden voibogen: elk, ieJ«r, eenig,
meüg man, — elke, iedere, eenige, memge vrouw, —
eik ieder, eetiig , menig kind, — elke» , ieder en ,
eenigen, mcnigen mans, enz- Elk, ieder, zoo ook
elktHH, iedereen, een ieder, als zelfstandig, is, in
de verbuiging, elks, ieders, eikeens, iedereens, eens
ieders, eens iedi-ren, enz.; zoo ook iegelijk, een
iegelijk; allen zonder meervoud. Het meervoud
eenigen is zelfstandig.
347. Geen komt voor niet een, wordt als eeu
gebogen, en heeft geen lidwoord voor zich. Het
staat zoo wel voor zijn zelfstandig naamwoord,
als zonder hetzelve: geen mensch, geen dier, — gee-
nes dings gebrek hebben. Daar was er geen geble-
ven. Geen van beiden. Wanneer geen het tegenge-
stelde van het telwoord een is, heeft het, zoo min
als dit, een meervoud, maar wel, wanneer het te-
gen het niet bepalende lidwoord een over staat: er
zijn nog geene bladen aan de boomen.
348. Feel en weinig staan tegen elkander over;
het eene beteekent eene groote onbepaalde, het an-
dere eene kleine onbepaalde veelheid. Zij blijven
in het enkel en meervoud onverbogen, en hebben
altijd eenen tweeden naamval bij zich, fchoon bi]
woorden van het vrouwelijke geslacht de tweede
naamval niet bemerkt wordt, als: hij heeft daarin
veel ijvers betoond; ik heb niet veel tijds; hij is niet
veel mans: ket kost mij veel moeite; zij beleven niet
veel