Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
212 nederduitsche
340. Ook worcit dit al, alk, bij de bepaalde
telwoorden gevoegd, oin denze ven nadruk bij te
zetten, bij voorbeeld: zii kwamen alk vier, — ik
heb tuet alk tien gesptoken. Insgelijks wordt liet
zonder zeif&tandig naamwoord en persoonlijk voor-
naamwoord, in h;t meervoud, gebruikt, terwijl
het viooxA menschen , of andeie woorden, daaronder
verslaan worden; ailer oogen hebben het gezien. Ah
kn ze?gen het. Zijn hui staat allen op'n.
§ ^41. Dit htetï ook in h^t enkt.lvoud plaats,
terwjl het onzijdige alles, voor alle menschen , of
al e '-nnaeu , geh.* isjd wordt. Voor aile menschen:
altes wat de wapenen hor.de dragen, enz Voor alle
dii geii: tk heb dat allts rteds lar.g geweten.
§ 342 len twee,.e, w.'tdt «/, alle — in eenen
Vetzamelenden zin genomen, om de enkele deelen
sis een eenig geheel vüor te stellen; en als zooda-
nig staat het, met zijn zelfstandig naamwoord, in
bet ei'kelvoud, en bekleedt de plaats van het bij-
voegelijke gansch, geheel: al het land afkopen. Al-
Ie hoop op herstel was verdwenen Al mijne vreugd
heeft ten einde. Gij ver doof t alk gevoel van deugd,
en stopt dus de bron van alle weWa<irt. Al de wt'
reld ieder) spreekt daarvan.
343. Ook wordt het gebezigd, in opzigt tot
jeder deel, dat het geheel mede uitmaakt, in het
bijzonder; in welk geval het de beteekenis van elk,
ieder, alKrIei heeft, en zoo wel in het enkelvoud,
sis meervoud gLbruikelijk is; bij voorbeeld: aiit
^eg\n is inoeijelijk. Zich aan alen wellust (iedere
soort