Boekgegevens
Titel: Nederduitsche spraakkunst
Auteur: Weiland, Pieter
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1820
Nieuwe door den auteur zelven overziene en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 700 : 1820
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206030
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederduitsche spraakkunst
Vorige scan Volgende scanScanned page
spraakkunst.
209
§. 331. D2 overige telwoorden blijven, in alle
geslachten, onveranderd. Zij worden bij zelfstan-
dige naamwoorden gevoegd: iwet tiuizsn; ook met
het lidwoord: da drie tuinen enz.; of zij staan
alleen: een, twee, drie — het slaat zes. Sornvvij-
len echter lijden zij eenige verbuiging: wij wa/en
met ons vieren ^vier personen) — niet lang na zes-
sen (na zts uren); wij verdeelden het onder ons
twintigen — zij kwamen met honderden, met dut'
zenden. Over de bijvoegelijke telwoorden de eer-
ste ^ tweede, tiende enz. is S* 182 gehanadd.
332. Somwijlen worden de telwoorden als zelf-
standige naamwoorden gebezigd, en wel in het
vrouwelijke en onzijdige geslacht. Vrouwelijk:
eene een , twee eenen, drie zessen, vier achten, da
vijf, de negen, de tien, de zeven, twee vijven,
drie tienen, drie drieén enz., in het kaartspel, of
op de dobbelsteenen. Onzijdig: het tvinttg, het
vijf en twintig, het honderd, het duizend enz. Zoo
ook een groote twintig, een kleine duizend, een
goede zestig; bij welke laatste voorbeelden op te
merken valt, dat het gebruik, tegen den gewonen
regel, hier de verbuiging van het onzijdige bij-
voegelijke naamwoord aciiter het niet bepalende
lidwoord een verkiest.
§. 333' Ook laten zich zelfstandige naamwoor-
den, in er uitgaande, van de telwoorden afleiden:
een zestiger, een man van zestig jaren, ook een
schip van zestig stukken; acht en veeriiger, v/ijii
vau het gewas des jaars 1748.
M 3 ^ S. 334.